
Interviews vormen mijn favoriete journalistieke werkvorm. Het gesprek van twee mensen, intiem als het kan, uitbundig als het moet maar altijd inhoudelijk. Portretten, interviews over geloof of andere wereldbeschouwing, over cultuur of het gebrek daaraan en ook technische interviews, ik ben er gek op.
Elk interview hoort in de eerste plaats een gesprek te zijn. Het zijn geen vragen die wachten op een antwoord zodat de cirkel rond is. Nee, een interview gaat verder en vraagt het nodige van emotionele en exacte intelligentie, van em-, sym- en antipathie, van aanhalen en afstoten, van vluchten en terugkomen en aan het eind: van de goed getroffen formulering. Die is de vrucht van het gesprek, het bezinken en taalbeheersing.
Ik heb vele interviews gehad waaronder die met Judith Gyenes mij het meeste bij is gebleven. Zij was de weduwe van Pal Maleter, de minister van Defensie in het opstandige kabinet van Hongarije in 1956. Verder heb ik Minister van defensie Van Eekelen geïnterviewd, minister-president Balkenende, diverse kamerleden en Commissarissen van de Koningin, burgemeesters en andere bestuurders, de ambassadeurs van Soedan en de Sovjet-Unie, DDR-burgers die naar het westen kwamen met de “Trabi-express” (1988) ondernemers in Duitsland, Schotland, Tsjechië en op Cyprus en talloze landgenoten in heel diverse omstandigheden. Ooit nam ik deel aan een vraaggesprek met HM de Koningin samen met enkele collega’s